Piet(er) Houtsma kwam in 1938 als bakkersknecht naar Blokzijl, in dienst van bakker Glastra. Kort daarna kreeg hij verkering met Femmigje Kwast, bakkersdochter uit Vollenhove. In 1939 ging hij werken voor haar vader, Herman Kwast, die de bakkerij op de splitsing Kerkstraat-Bisschopstraat had: de Voorpoort. Piet de Bakker, zoals hij zichzelf ook noemde, werd geboren in 1914 en is overleden in 1970. Op 25 september 1940 is hij getrouwd met Femmigje Kwast (1924-1945). Zijn vrouw is gestorven bij of vlak na de bevalling van hun dochter Klaasje. Kort daarna, in 1946, hertrouwde Piet. Zijn tweede vrouw Margaretha (Greta) Soeters is een dochter van F. Anton Soeters, winkelier (en broer van Hendrik C. Soeters, ook winkelier, samen hadden ze een tijdlang twee winkels). In 1947 werd hun zoon Douwe geboren. Zakelijk ontstond er een probleem met de familie Kwast, eigenaar van pand en bakkerij. De huur werd zo sterk verhoogd dat er geen droog brood meer was te verdienen. Met name dochter Lutien (1911-1990), getrouwd met Frits de Wit-Boers (1905-1984, ze hadden een garage en sigarenwinkel aan de overkant) was de kwade genius. Piet besloot om voor zichzelf te beginnen en kon dat realiseren door een snelle verbouwing van een boerderij uit de familie, een voormalige stadsboerderij, van Klaas Boes en Harmpje ten Napel. Er is een relatie met Soeters: Klaas Boes, bijgenaamd “de Dreuge” ventte voor Soeters op het ambt, met een wagen (zie ook Bij ’t Schuttegien, met foto).

Op 1 november 1951 werd de bakkerij in het huidige pand aan de Kerkstraat geopend.

Zoals ook andere bakkers in Vollenhove hield Piet een paar varkens achter de bakkerij, om van het oude brood af te komen. Een paar jaar dreef Piet ook een automatiek naast de zaak, maar dat was geen doen qua werktijden. Piet had succes met zijn recept voor ‘Vollenhoofse brok’, door sommige klanten nog steeds besteld als ‘een stukkien van Piet’. In de tijd voor- en na de oorlog was het werk van een bakker – naast bakken – vooral venten van brood, voor brood kwam men nog niet in een winkel.

Hieronder de foto uit 1955 van Piet voor de eerste auto, genomen bij het bezorgen van brood bij de ‘ziekenbarakken’.

Al in de jaren ’60 begon Piet te sukkelen, had last van zijn hart, en overleed in 1970. Zoon Douwe was al direct vanaf de lagere school in de zaak gekomen, naast bakkersknecht Tönjan uit Kampen. De zaak draaide dus gewoon door, maar pas op 1-1-1980 werd deze formeel op zijn naam gezet. Al ergens rond die tijd bedacht Douwe het ‘Vollenhoofse meisje’, waarmee hij niet alleen in vakkringen maar vooral bij klanten veel succes had. Het is in feite een variant op het ‘Haarlemse meisje’ of ook wel appelmeisje. Sinds kort is men ook in het bezit van het originele recept van de beroemde (bruine) amuletten van Hendrik Jaap van Doesburg, maar dat is zo cryptisch met oude ingrediënten dat namaken nog een probleem vormt. 

Inmiddels zwaait de derde generatie de scepter in de bakkerij.