Een prentbriefkaart uit het begin van de 20e eeuw, mogelijk is de foto genomen op koninginnedagIn 1894 kocht Gerard Baron Sloet tot Marxveld de havezate van de erven van zijn oom. Hij ging in 1902 wonen op De Oldenhof. Na zijn overlijden in 1911 en zijn vrouw in 1915 vererfde het op zijn jongste dochter Isabella Geertruida Baronesse Sloet in 1920. Isabella ("Ies") Geertruida Sloet van Marxveld - eigenlijk Sloet van Oldruitenborgh - (1874-1973) was tot 1927 hofdame van koningin Wilhelmina en speciaal belast met de opvoeding van prinses Juliana. Zij kwam op de Oldenhof wonen, maar was ook vaak op reis. Ze woonde er samen met haar ongetrouwde zuster, freule Jeanette ("Net") Juliana Sloet van Oldruitenborgh (1866-1946). Haar andere zuster, freule Catharina E. B. Sloet van Oldruitenborgh, tot dan ook hofdame van Wilhelmina, was op 21 juli 1904 getrouwd met jonkheer mr. Willem Frederik Roëll, raadslid van Amsterdam. Koningin Wilhelmina en Prins Hendrik bezochten toen ook De Oldenhof. In 1919 waren ze weer, toen na een bezoek aan Vollenhove het nieuwe stoomgemaal werd bezichtigd. De dochter van het echtpaar Roëll-Sloet werd later de particulier secretaresse van Koningin Juliana en vluchtte met haar in 1940 naar Canada. Kleindochter Renee Roëll speelde daar met Beatrix en werd zo haar vriendin.

Toen freule Jeanette stierf bleef freule Isabelle alleen achter. Een deel van het huis werd toen bewoond door de familie Van Broekhuizen. Volgens de dames Ziel en Westendorp, die vele jaren dienst hebben gedaan op De Oldenhof, was het leven er rustig en sober.
In 1966 komt de familie Westendorp op Den Oldenhof wonen om de dan al bejaarde freule te verzorgen. Dikwijls krijgt de oude freule bezoek van haar nichtje freule Roëll, de particuliere secretaresse van de toenmalige koningin Juliana. Bij de familie Westendorp herinneren nog vele cadeautjes aan deze bezoeken. 
In 1973 overleed freule Isabelle op negenennegentigjarige leeftijd.

Het dagelijkse leven

De freule las veel en borduurde graag. Zij was de bewoonster van de benedenverdieping. Links aan de grachtzijde bevonden zich haar woonvertrekken. De salon bevond zich in het midden en rechts was de keuken. Men stookte op hout en kookte met behulp van petroleumstellen. Later deed butagas intrede in de keuken. In de kelder had men de wijn opgeslagen. Ook de wintervoorraad aardappelen vonden er een plaats en in de gangen bevonden zich appelrekken. Verder had men een speciale waskelder en zelfs een cel.

Verjaardagen vierde men in de besloten familiekring. Dikwijls was de familie Roëll aanwezig op zulke hoogtijdagen. Men logeerde dan bij de freule. Dit was een steeds terugkerend evenement. De bokkenwagen werd van stal gehaald en men beleefde de meest dolle avonturen. Het koetshuis werd verbouwd tot woning, maar de bokkenwagen bestaat nog steeds, zij het in desolate staat. Grote feesten of partijen vonden eigenlijk niet plaats op De Oldenhof. Wel bracht men regelmatig een bezoek aan Marxveld en aan de familie op kasteel Hackfort bij Vorden. 

Dat men wel eens moest lachen bewijst het volgende verhaal van de tuinman van De Oldenhof. Hij moest in de Stad enkele boodschappen doen en kwam in een kruidenierswinkel. Daar vroeg Steven of de juffrouw hem kon vertellen wat voor soort touw maïzena eigenlijk was. Op de verbaasde blik wees de man op een reclamebord met de tekst: 'Maïzena bindt alle groenten'

Naar Vollenhove ging men meestal te voet, maar toen de jaren begonnen te tellen bestelde men een taxi bij de firma Souwman.

Feest op Koninginnedag

Met Koninginnedag was het een drukte van jewelste rondom de havezate. De kinderen van de lagere school brachten er onder begeleiding van de fanfare een aubade. Daarna volgde de traditionele traktatie voor de kinderen. De freule liet zich bij dergelijke gelegenheden nauwelijks fotograferen. Ze had er een hekel aan. Vandaar dat er zich slechts weinig foto's van de freule onder de bevolking bevinden. Na een dergelijk feestvertoon trad de rust weer in op het door oude bomen en weilanden omgeven landhuis. 

Koninklijke bezoeken

Hoogtepunten waren ongetwijfeld de koninklijke bezoeken. Koningin Wilhelmina en vooral prinses Juliana waren er regelmatig te gast. Deze bezoeken vielen bij de buren / bewoners van het 'land Veno' eigenlijk nauwelijks op. Tijdens de koninklijke bezoeken moest het zichtbare boerenwerk op de boerderij tegenover het huis worden gestaakt. Rommel diende te worden opgeruimd en verveloze balken en hekken van een frisse verflaag te worden voorzien. Zo haalde men de witkwast over de balk rond de hoge kamp en zette men de hekken bij de hoofdingang open.

Het hoge bezoek placht altijd via het 'zwarte' ijzeren hek en de brede oprijlaan te arriveren. Toen op een gegeven ogenblik de boerenzoon nog even een wagen vol mest het bos in wilde brengen zag hij tot zijn grote schrik, dat er al een grote limousine de oprijlaan opdraaide. De wagen had de koninklijke standaard op het spatbord. Het paard werd extra aangespoord en bijkans op twee wielen werden paard en wagen rakelings voor de koninklijke slee een bospad opgereden. Via de chauffeur kwam de betreffende boerenzoon later te weten, dat de koningin (toentertijd Juliana) veel plezier had gehad om het voorval. Dat is goed voorstelbaar omdat dit zal één van de weinige keren zijn geweest, dat ze met een vracht mest werd geconfronteerd...