Was 't niet, of de vroegere luister herrees van ,,de oudste plaats van Overijssel" van het hooggelegen stukje grond ver uitstekend boven zee en meer?

Zoals Doomroosje uit haar slaap wakker gekust werd door een prins, zoo werd Vollenhove uit haar eeuwenlange slaap Donderdag wakker geschud door de koningin.
Reeds in oude tijden gingen de dochteren van de landedelen naar het hof van de Landvorstinne, en zoo was ook freule Sloet van Marxveld geruimen tijd als hofdame in dienst bij koningin Wilhelmina. Nu kort geleden zei ze het hof vaarwel, omdat andere plichten haar riepen: de huwelijksband zou haar vereenigen met jhr. Roëll.
,,Houwelijck'sfeesten" vereenigden in vroegere tijden de adel, dit huwelijksfeest bracht aan Vollenhove de grootste luister: de eer van het vorstelijk bezoek.
De prins, die Doomroosje deed ontwaken kwam op het vervoermiddel uit de oude tijd: het edele ros, de koningin verscheen in het vervoermiddel uit onzen tijd: de snorrende auto.

Om negen uur ‘s morgens waren de auto's van het Koninklijke paleis op het Loo vertrokken over Deventer naar Zwolle. Daar arriveert men en ontmoet bij verschillende plaatsen ongemak. Men is met wegwerkzaamheden bezig. Niemand in Zwolle was op de hoogte van het hoge bezoek, dat door hun stad reed.

Dan komt het bezoek in Rouveen, waar het volgende gebeurt:
Op Rouveen kwam de kooihond van Jan Stegeman voor de wielen, hij tolde, rolde de berm af en was dood. ,,Een hele eer voor die hond om zoo aan zijn eind te komen" grinnikt de een, ,,ja, een leelijk geval voor Stegeman" zegt de ander die bedenkt dat de eenden zocht over vijf weken begint en 't o zoo moeilijk is een goed afgerichte kooihond te krijgen".
Wanneer de stoet Staphorst bereikt, spreekt de journalist van de krant uit, dat het maar gelukkig is, dat de hooitijd in Staphorst voorbij is. Ook merkt hij op, dat men in Staphorst geen wagens dwars op de weg plaatst. Immers men is in Staphorst niet tegen gemotoriseerd verkeer. Een Staphorster: ,,Wij zouden wat tegen fietsen hebben? Verleden jaar waren er al 600 in ons dorp en hoeveel boeren hebben nu al geen stoomfietsen?".

In Meppel moet men voor de brug wachten en in Wanneperveen zagen de mensen niet meer dan vier grote stofwolken. Maar dan bij het bruggetje op de Veenweg.
,,Langs Beulaak en Belterwiede, deze eenig typische streek, was het bruggetje op de Veenweg de eerste halte. Hier werd het stof van de kleeren geschud, de pet van prins Hendrik ging af en de steek werd opgezet. Het auto-omhulsel viel en het staatsiekleed werd onthuld. Hier werden de hofrijtuigen, bespannen met twee paarden, die reeds van tevoren waren opgekomen, bestegen. Café Winters fungeerde nog even als oude herberg aan de weg en voort ging 't, door de Leeuwte naar Vollenhove toe".

In Vollenhove was het volk al toegestroomd, vanuit Blankenham, van Blokzijl, van Wanneperveen, van Genemuiden. Ze waren gekomen per fiets en per ,,as". Men liep vrolijk en opgewekt door de stad onder de erebogen en wapperende vlaggen door.
In de Kerkstraat voor de Nutsschool voor de kerk bij de Fransche school was het een kleurige aanblik die bloemengroet. Op de bovenzaal van het oude stadhuis werd het burgerlijk huwelijk voltrokken ditmaal door de burgemeester, A. baron Sloet van Oldruitenborgh. In ambtsgewaad en met ambtsketen om, hield de burgemeester een toepasselijke rede. De plechtigheid werd slechts bijgewoond door familieleden. 't Was 12.05, toen de bloedverwanten zich over de loopers van 't stadhuis naar de kerk begaven. Reeds sedert de vroege morgen had zich de Oldenhof, de geboorteplaats van de bruid gevuld, met hooge bezoekers en zij, die bang waren, dat 't daar te vol zou worden, hadden zich begeven naar het hotel Van der Veen in de voorstad. Men zag er o.a. baron Hardenbroek, baron v. Wrangel, baron Roëll en zijn echtgenoote, de burgemeester van Leeuwarden enz.
Maar toen de kerk zich gevuld had, stampvol was, kwam er een oogenblik van spanning, men keek elkaar aan, men wachtte... er werd blijkbaar iets verwacht.
De bruid met de bruidegom toefden nog steeds op het stadhuis, ze konden merkbare teekenen van spanning niet onderdrukken. De burgemeester keek telkens op het balcon in bepaalde richting. Op 't smalle straatje, dat verbindt de kerk met de Kerkstraat, trippelde en huppelde het paard van de wachtmeester Reinders. En bij elke zwenking bij de straat, werd er getuurd in een bepaalde richting. ,,Er moet er wat komen! er moet wat komen!" mompelde het volk, dat geen plekje had kunnen vinden in de kerk en overal stond opgehoopt.
Daar waren ze.

En dat ze er waren, verbluffen de Vollenhovers zoo, maar toen één riep, ,,leve de koningin", twee zijn voorbeeld volgden, een vierde stak zijn hoed omhoog, wou roepen, maar kon er geen woord brengen en alle anderen... als hij stom als de visschen. Maar wat toen verzuimd werd, werd bij het verlaten van de kerk ingehaald, toen daverde de lucht van het: ,,hoera" en ,,leve de".
Koninklijke rijtuigen rolden aan voor de kerk, precies op tijd, kwart over twaalf zou het koninklijke bezoek plaats hebben, twintig over 12, Vollenhoofsche tijd, betrad H.M. de Koningin, Z.K.H. prins Hendrik en gevolg de voorhof.
Tegelijkertijd daalt van de trappen het bruidspaar, gevolgd door de bruidsmeisjes, dochtertjes van baron van Westerholt van Hackvord bij Vorden, kleindochtertjes van ,,de baron".
Het Koninklijke Echtpaar maakte een buiging, toen de jonggehuwden passeerden.
Allen namen plaats op de gereserveerde plaatsen. Een ooggetuige meldt ons: ,,De kerk was geheel gevuld".
Dat het bruidspaar zeer onder de indruk was van de hooge eer, hun door H.M. en den Prins met zoo groote genegenheid bewezen, behoeft zeker niet worden gezegd.
Ook H.M. de Koningin was blijkbaar bewogen.
Terstond nadat allen plaats hadden genomen ving Ds. V. Roos de godsdienstoefening aan. Hij sprak eenige oogenblikken naar aanleiding van Ps. 37:5 ,,Wentel uwen weg op den Heer en vertrouw op Hem, Hij zal het maken" en ging daarna over tot de plechtige inzegening van het huwelijk.
Terwijl het Bruidspaar nederknielde werd Gods zegen over hen afgesmeekt, in welk gebed ook H.M. en Z.K.H. den Heer werden opgedragen.
Na het uitspreken van de zegenbede speelde het orgel het Wilhelmus en daarna werd de voormalige hofdame hartelijk door de koningin omhelsd.
"De rijtuigen werden bestegen en een ongekende, aan de oude tijden herinnerende luister rolde door de straten regelrecht naar Den Oldenhof". Daar bleef men een half uur en voorts ging men over het Ambt terug naar de Veneweg, alwaar de auto's, van stof gereinigd, klaar stonden om de terugreis te aanvaarden.

Bron: ,,Zwolsch Nieuws- en Advertentieblad" van 23 juli 1904

Auto's waren in die tijd een noviteit. De koningin en prins hadden er in 1901 voor het eerst kennis mee gemaakt tijdens een bezoek aan Schwerin. De auto, waarin ze deze dag (21 juli 1904) reden, was een Peugeot, gehuurd van importeur Verwey & Lugard automobiel Maatschappij te Den Haag. Pas in 1908 wordt de eerste hofauto aangeschaft, een Renault (bron: Losange Magazine, zomer 2014).