De Koningskamer, één van de vertrekken in havezate Oldruitenborgh, wordt zo genoemd omdat in 1809 koning Lodewijk Napoleon, als zodanig benoemd door zijn broer, de Franse keizer Napoleon, bij zijn bezoek aan Vollenhove op Oldruitenborg logeerde. Niet toevallig, want de toenmalige eigenaar Anthony Sloet van Oldruitenborgh (1769-1853) was zeer Fransgezind en had een fraaie functie in Den Haag bemachtigd. Lodewijk Napoleon, die resideerde op paleis 't Loo bij Apeldoorn, was populair onder de bevolking. 

Na zijn bezoek aan Drenthe keerde Lodewijk Napoleon terug in het noordwesten van Overijssel. Uit een verslag: "Vertrokken van Assen via Smilde naar Echtens Hoogeveen. Er is gesproken over de kwestie van impost op de turf en er wordt een bedrag van ƒ 20 000 uitgetrokken voor een armenhuis in Hoogeveen. Volgens de couranten brengt de koning de nacht door in Hoogeveen om dan op 15 maart via Meppel, Bonkenhoven, Blokzijl in Vollenhove aan te komen, waar hij de nacht zal doorbrengen bij de heer Sloet van Oldruitenborg, de eerste prefect van het paleis". In Vollenhove worden de volgende zaken geregeld: De katholieken krijgen ƒ 500 om hun kerk op te sieren. En er wordt ƒ 300 uitgetrokken om het dak van de pastoor te verbeteren. Ook wordt er ƒ4000 vrijgemaakt om het havenhoofd te repareren.

Als cadeau liet hij een prachtig servies achter op Oldruitenborgh, vermoedelijk gemaakt in Limoges. Het werd generaties lang in de familie bewaard en uiteindelijk grotendeels geschonken aan het Stadsmuseum waar het permanent wordt getoond.

Een vers in het archief van havezate Marxveld vertelt van dit bezoek: "toen eens de Dwingland van Euroôp, / Zijn Schepter allerwege voerde, / En ook ons Vaderland beroerde, / Was 't uitzigt duister - klein de hoop; / Doch toen 't gezag van Nederland, / Aan Lodewijk werd opgedragen, / Verbeidde men meer blijder dagen, / En waande 't roer in betre hand" enz.

Men ziet de stoet aankomen en de boeren op Ambt Vollenhove stegen te paard, maar "Helaas! toen vreugde stijgt ten top, / de koning de havezaath bereikte, / Waar Sloets Tweenieuwenhuizen prijkte, / Daar wendt de stoet op een galop, / Regtsom en rijdt door heel de laan, / Trots Vollenhove's feestgezangen, / Zal eerst Blokzijl 't gezigt ontvangen, / Van 's Vorsten Glorierijke baan".

Reeds viel het schemerlicht toen men de stoet weer zag aankomen. Men liet op de Vismarkt de welgevulde koffiepotten staan, maar wat een ramp, het illuminatielicht werd uitgedoofd door een zware sneeuwbui en de stad lag in het duister: "De vorst rijdt echter door de stad, / Heeft ligt de wil voor daad genomen, / En is reeds veilig aangekomen, / Waar men hem lang te wachten had; / Oldruitenborgh! dat heerlijk oord! / en de enige plek van het lustwaranden / Daar slechts kan een monarch belanden / Gelijk 't dien hoogen rang behoord".

Daar rijdt de Koninklijke stoet door 't groene hek over schelpenwegen en stijgt uit. De Magistraat was ook ter verwelkoming aanwezig: "Een enkele gang langs 't oeverzand, / 't Gaf aan ons dierbaar Vollenhoven / Wat sinds de tand des tijds kwam roven / Een vissersbrug nabij het strand". Hieruit blijkt, dat het vers van latere dagtekening is.

Op het Raadhuis (1621) werd aan Lodewijk Napoleon de erewijn aangeboden, volgens overlevering in een zogenaamde baardmanbeker of kruik, in 1894 door O. Th. Baron Sloet tot Toutenburg gelegateerd aan het Provinciaal Museum van Overijssel te Zwolle. Deze beker is van Keuls aardewerk met zilveren voet, hol aan de hals en stelt voor een ridderfiguur met vederhoed en wambuis, vermoedelijk de kardinaal Bellarmine. Het veelkleurig geglazuurde voorwerp is 58 cm hoog en er staat op: Pelgerum Hagen 1595 Johan Hagen. Tussen 15 en 95 een gedeeld wapen: Hagen en Van Welvelde. Het gaat hier om de drinkuit die op zeker moment in gebruik is genomen door het St. Antoniusgilde, de bestuurders van het St. Anthoniegasthuis. Na de opheffing in 1740 werd de beker op het stadhuis bewaard.