De landsheer (van wat later het Oversticht werd genoemd), bisschop van Utrecht, heeft een permanente versterking gebouwd en met een gracht omgeven. Zijn dienstmannen (ridders) stichten huizen (havezaten). De bescherming van het kasteel trekt kolonisten aan die zich vestigen op het hoge veld naast het kasteel (de kamp) langs de wegen naar de andere buurtschappen. Er ontstaan stegen die dwars over de kamp lopen (zoals het latere Kalverenbos / Gasthuissteeg en ook de huidige Putsteeg en Schapensteeg). NB: de Oudestraat heet later Visschersstraat. Zie ook het artikel Goor over 'de Goren'.

Zie ook de situatie een eeuw later, rond 1300.