diversen

artikelen in relatie tot Vollenhove die niet onder één van de andere categorieën passen. Bijvoorbeeld over het bestuur, bedrijvigheid, boeken, bezienswaardigheden anders dan gebouwen.

(ook wel Aremberger Grift of Heerengracht genoemd)

Dit kanaal werd gegraven tussen 1548 en 1568 op kosten van Jean de Ligne, Graaf van Aremberg, stadhouder van Karel V te Vollenhove. Doel was een veilige binnenvaartroute in plaats van de route over de gevaarlijke Zuiderzee, 'streckende van den dijck van 't Swarte waeter aff noertwaerts doir 't Hoge Moer tot in de Verssloet ende Giethorensche meer'. Er werden geen beweegbare bruggen aangebracht om concurrentie te voorkomen met de turfvaart op Blokzijl, dus konden alleen kleinere schepen er gebruik van maken. Er kwam een schutsluis bij Zwartsluis (vernieuwd in 1826, verbeterd in 1931 en gerenoveerd rond 1995), en een schutsluis in de Veneweg (bij Ronduite, verwoest in 1583 tijdens de Spaanse bezetting). Tussen de gracht en de Barsbekerbinnenpolder werd in 1598 de Oude Boerendijk aangelegd als bescherming. De nederzetting die ontstond bij de schutsluis, even ten westen van Zwartsluis, werd Oude Sluis genoemd.

Het Hoge Moer was een betrekkelijk hoog gelegen moeras tussen Zwartsluis en het Giethoornse Meer, waarvan de waterhuishouding behoorlijk veranderde door het graven van deze gracht. In het moeras lag een duin, bestaande uit in de laatste ijstijd opgewaaid dekzand en begroeid met dopheide, struikheide, wollegras en veenbiezen (belt). Deze Zandbelt had al vroeg bewoning. In de eerste helft van de 17e eeuw werd er een zijtak (Schutsloot) gegraven richting Wanneperveen, met een schutsluisje. Ook hier ontstond later een nederzetting, die tot 1959 alleen over water bereikbaar was.

Er waren veel stedelingen in de middeleeuwen die niet konden of niet wilden werken. Dagloners moeten vooral in de winter vaak moeilijke periodes gekend hebben, wanneer vrijwel alle handel en bouwactiviteiten stil lagen vanwege de vorst. Ouden van dagen die niet door hun familie konden worden onderhouden, hadden het al evenmin gemakkelijk. Maar de arme inwoners van de stad werden niet aan hun lot overgelaten. Wel maakte men daarbij onderscheid tussen 'rechte armen' en luie oplichters. De erkende arme was iemand die door ziekte of ouderdom niet meer kon werken en tot de bedeling verviel. Hij kon van de stad een officiële bedelvergunning krijgen en had recht op een periodieke toedeling, bijvoorbeeld brood en soms vlees. Niet door de overheid erkende bedelaars werden geweerd. Zorg voor de leden van de eigen gemeenschap sprak vanzelf; van vreemden die in de stad kwamen klaplopen was men niet gediend. De zogenaamde thuiszittende armen, lieden die weliswaar hulp behoefden maar nog niet tot de bedelstaf waren vervallen, ontvingen een uitkering in natura.

In de vijftiende eeuw gingen rijke burgers er bovendien toe over om gasthuisjes te stichten waar bejaarden en invaliden konden wonen. Vaak waren dergelijke inrichtingen voor een bepaalde groep behoeftigen bestemd. Zo was Sint Jurgen in Brunnepe, bij Kampen, in de eerste plaats bedoeld voor de verarmde familieleden van de stichter. In de tweede plaats kwamen de arme schippers en pas daarna de andere dorpelingen. Deze nieuwe gasthuizen waren geheel andere instellingen dan de rumoerige passantenhuizen die net als de tegenwoordige 'sleep ins' één of twee nachten logies gaven aan willekeurige reizigers. 

Het reglement van het Deventer passantenhuis, de baaierd, vertelt ons meer over de omstandigheden in deze primitieve gratis hotels. De Deventer baaierd kon tot zeventig gasten herbergen, mannen en vrouwen sliepen apart. Wel konden meerdere gasten in één bed terecht, een praktische manier om elkaar warm te houden. Het grote vuur in het midden van de zaal was het punt waar de meeste bezoekers zich op koude dagen verdrongen. Er was dan ook vastgelegd dat de toezichthouder er speciaal op moest letten dat ouden van dagen en simpelen van geest niet werden weggeduwd.
Het moest er ordentelijk toegaan in deze baaierd. Wie een vrouw lastig viel, kon 'rokesole' verdwijnen. Schelden was verboden, ook voor de Vlamingen en de Hanzekooplieden. 

Met name aan handelaren en marskramers, zwervers en ander rondtrekkend volk boden de passantenhuizen tijdelijk onderdak. Het was met het oog op de laatste categorieën dat de verzorgsters door de regenten werden gewaarschuwd dat ze voor zweren en gezwellen niet bang moesten zijn. Die waren nu eenmaal een kenmerk van armen die een gasthuis bezochten. Dat de naam 'gasthuis' tegenwoordig meestal nog voortleeft in eigennamen van ziekenhuizen, is geen toeval. Naast de baaierd werd al snel een aparte ziekenzaal ingericht. Daar werden dan de zieken verpleegd, genezen konden ze er nauwelijks. Wie door ziekte werd bezocht, herstelde, stierf of bleef levenslang invalide. De medische wetenschap van die dagen kon daar weinig aan veranderen. In de ziekenhuizen legde men wijselijk het accent op de geestelijke verzorging van de patiënten.
Dat het in de gasthuizen niet slecht toeven was, bleek wel heel duidelijk toen in de late middeleeuwen welgestelde burgers zich tegen gepaste betaling lieten opnemen in een klein huisje naast de baaierd. In de loop van de tijd werden deze aanleunwoningen de hoofdzaak en de 'open ziekenafdelingen' werden gesloten.

Deze website over Vollenhove is gemaakt en wordt onderhouden door Henk van Heerde, geboren en getogen in deze historische stad. Er is inmiddels al sinds 2001 aan gewerkt, en de site kent ruim zevenhonderd vaste bezoekers. De eerste versie vond u op het adres www.henkvanheerde.nl/vollenhove. Sinds kort wordt de inhoud overgezet naar deze nieuwe website, die op deze plek ook nog verder zal groeien. Blijf deze site dan ook regelmatig bezoeken!

Doel is om iedereen die geïnteresseerd is in de geschiedenis van Vollenhove op een gemakkelijke manier toegang te geven naar alles wat er bekend is over de stad en het wel en wee van haar bewoners door de eeuwen heen.

Veel huidige bewoners hebben geen idee waar de naam vandaan komt van de straat waarin ze wonen. Soms is er alleen ergernis vanwege de lengte daarvan, lastig bij het opschrijven. Het gaat hierbij vaak om vroegere bisschoppen van Utrecht, voor wie het kasteel in Vollenhove de basis was van de ontginningen in de streek waar ze vanaf de elfde eeuw landsheer waren, en als bestuurscentrum voor het Oversticht diende. Andere personen zoals Jan van Aremberg of het geslacht Sloet zijn jammer genoeg nooit met een straatnaam bedeeld. Vollenhove stond bekend om de vele havezaten, waarvan er nu nog vijf over zijn binnen de stad, en één daar vlak buiten.

De informatie heb ik samengesteld aan de hand van teksten en foto's uit diverse bronnen, veelal vrijelijk geïnterpreteerd maar wel zo zuiver mogelijk toegepast, geen fantasie. Er is echter geen enkele wetenschappelijke pretentie. Verder wordt er naar mijn mening geen inbreuk gemaakt op enig auteursrecht. Opmerkingen, aanmerkingen en vooral aanvullingen zijn van harte welkom. De informatie mag zonder meer naar eigen inzicht worden gebruikt en verspreid, mits niet voor commerciële doeleinden dus alleen zonder winstoogmerk.

Vollenhove is een bezoek waard. Kijk zelf wat er van de gebouwen, parken, havens, pleinen is overgebleven; begin dan in het Stadsmuseum. U kunt hier een route vinden die u met uw smartphone zelf kunt volgen.

Wilt u een mondelinge toelichting bij de informatie? Voor groepen vanaf 10 personen ben ik bereid als gids op te treden bij een wandeling van plm. een uur langs de belangrijkste bezienswaardigheden, eventueel op maat samen te stellen. Voor uw vereniging kom ik graag een uurtje vertellen over de rijke geschiedenis van Vollenhove, bijvoorbeeld ter opluistering van de jaarvergadering. 

Versie 17: april 2018.

  • Amsterdamsche Courant, uitgaven 1704-1811 - via Delpher
  • J. van Lennep en W.J. Hofdijk, merkwaardige kastelen in Nederland, deel 3, 1884
  • Genealogie Sloet 1292 – 1903, door Albert Willem Baron Sloet van Oldruitenborgh, te Luik, 1903
  • Het geslacht Sloet, door J.A.R. Kymmell, CBG, 1914
  • Ons eigen erf, jaargang 1936, Vollenhoofsche vissers varen ter visvangst
  • Nederlands Adelsboek, 1951 – 44e jaargang.
  • Vollenhove 1354 – 1954 en haar havezaten, korte schetsen uit de geschiedenis van deze stad en van de havezaten en haar bewoners, 1958, J. Westra van Holthe. Druk: Bremer, Assen. Geschreven ter gelegenheid van de herdenking van het verlenen van het stadrecht aan Vollenhove (feestweek 12 – 17 juli 1954), op basis van o.a. aantekeningen van onderzoekingen tijdens het tijdelijk verblijf te Vollenhove gedurende de oorlog. Beperkte uitgave, op basis van voorintekening. De lijst met intekenaren, plm. 200 stuks, is in het boek opgenomen.
  • Vollenhove, van vissersplaats tot..?, ETI Overijssel, Zwolle 1955
  • Steenwijker Dagblad, reeks krantenartikelen van J.G. Hofstede, 1963
  • Met een ducaat en een dubbeltje, levensschets van Eberhard Philip Seidel, door Hans Seidel, 16-11-1966 in een oplage van 300 in eigen beheer uitgegeven.
  • Geschiedenis van Overijssel, prof. dr. B.H. Slicher van Bath e.a., Culturele Raad van Overijssel, Kluwer, Deventer 1970.
  • Zwolsche Courant, artikel op zaterdag 16 maart 1974, door Hans Kerstiens, met 2 foto's en een plattegrondschets: de Schatgravers van Vollenhove.
  • De grote kerk van Vollenhove door de eeuwen heen, Meijerink, Halbertsma e.a., 1976 (uitgave Kerkvoogdij NH Kerk)
  • W.F. Wertheim en A.H. Wertheim-Gijse Weenink, Burgers in verzet tegen regenten-heerschappij. Onrust in Sticht en Oversticht 1703-1706, Amsterdam, 1976.
  • Mensema, A.J., Inventaris van het archief van het huis Oldhagensdorp te Vollenhove 1262-1862, Zwolle 1977. Twee delen.
  • Het land van Vollenhove, een historisch-geografische studie van het noordwestoverijsselse cultuurlandschap, door Jochem Kroes en Teunis Hol, Zwolle 1979.
  • De Joodse Gemeenten in de Kop van Overijssel, S. Laansma, 1981, Walburg Pers, ISBN 906011.356.X
  • Langs Wieden en Grachten van Noordwest Overijssel; een tocht in een historische omlijsting door een land van controversen en contrasten; door dr. Harm Schelhaas. Uitgeverij Waanders, Zwolle 1984, ISBN 90 6630 023.
  • Van tram, boot en bus, de geschiedenis van het streekvervoer in het Noordwesten van Overijssel, door Jacob H.S.M. Veen, uitgeverij Kok in Kampen
  • De scheepswerf van Jan Kroeze Roelofszoon, bakermat van de Vollenhover bol - Wim Kuyper, artikel uit "Spiegel der Zeilvaart” , Tagrijn, februari 1984
  • Kondschap, historisch kwartaalbericht van eerst de Stichting Oudheidkamer Brederwiede, later Stadsmuseum CHC Vollenhove - diverse artikelen 1984 – 2020
  • Herinrichtingsplan Vollenhove, Gemeente Brederwiede, Vollenhove 1985
  • Uit de geschiedenis van Brederwiede (Koos Dijkstra e.a., red.), Kampen 1986.
  • Stad Vollenhove 1700-1749, afstudeerscriptie drs. Jos Mooijweer, dec. 1987.
  • Havezaten in Vollenhove, A.J. Mensema en Js. Mooiweer, Zwolle1989.
  • Tweeduizend jaar geschiedenis van Overijssel, Leeuwarden 1990 (K. en L. Jansma, M. Schroor).
  • Klokken in Vollenhove, 1994, Rinus de Jong (isbn 90-74834-03-5
  • De ridderschap van Overijssel, A.J. Mensema, Js. Mooiweer en J.C. Streng (Waanders, Zwolle, 2000, ISBN 90-400-9472-1)
  • diverse krantenknipsels (1955-1980), prentbriefkaarten en oude foto’s (periode 1915-1950) in 2 albums verzameld door J.S. Jongman, Hengelo
  • Zuiderzeevissers, geschiedenis van de belangenorganisaties van de vissers op Zuiderzee en IJsselmeer, door K.W.J.M. Bossaers, Zutphen / Walburg Pers 1987, isbn 90-6011-533-3, 272 p.)
  • Inventarisatie Jongere Bouwkunst 1850-1940, objecten Gemeente Brederwiede. Het Oversticht, Zwolle 1988. 
  • banden 1 t/m 23 van J.L. (Laurent) Nering Bögel, Wanneperveen. Een verzameling gefotokopieerde collages van getypte teksten en foto’s. In de bibliotheek van Vollenhove aanwezig, o.a. geregistreerd onder nummer B9051 044 789 0.
  • De reformatie in het Land van Vollenhove, 1579-1609; scriptie M.O.-geschiedenis (Noordelijke Leergangen Zwolle), Berend Coster o.l.v. dr. 0. Groenhuis.
  • De bevrijding van het Nederlands Onderduikers Paradijs, Aaldert Pol, uitgave van Museum Schokland, 1995, Schoklandreeks nr 4, geen ISBN
  • Scholen tussen 1912 en 1942 in de gemeenten Stad Vollenhove, Blokzijl en Giethoorn; stage-opdracht Marijke Traast-Bos, studente geschiedenis Hogeschool Windesheim te Zwolle in 1996).
  • Coberco Kaas Vollenhove maakt geschiedenis - ’n volle eeuw zuivel (mei 1997)
  • School met den Bijbel 1903 – 2003, Basisschool Het Kompas
  • Van Monreal tot Mondria, E.J. en G.C. Mondria (privé-uitgave)
  • Monumenten in Nederland - Overijssel, Stenvert e.a., uitgave Monumentenzorg, ISBN 90-400-9200-1 (Waanders).
  • Augusteijn, J., Historische plattegronden van Nederlandse steden. Overijssel deel 9.1. De steden van Noordwest-Overijssel. Blokzijl, Genemuiden, Hasselt, Kampen, Kuinre, Steenwijk, Vollenhove, Zwartsluis en Zwolle alsmede Grafhorst en Wilsum, Werner, J. ed. (Lisse-Alphen aan den Rijn 2002).
  • Waardestelling van het zeventiende eeuwse portret van Egbertus Rentinck, in bezit van de parochie H. Nicolaas, te Vollenhove, drs. W.G.J.M. Meulenkamp (SKNN), 16-12-2002
  • Weerzien met Vollenhoofs erfgoed, 50 topstukken thuisgebracht. Js. Mooijweer, Stichting 650 Jaar Stad Vollenhove, 2004. ISBN 90-9018431-7
  • De havezaten in het Land van Vollenhove en hun bewoners, jhr A.J.Gevers, A.J.Mensema en Js. Mooijweer, Canaletto/Repro-Holland 2004, ISBN 90-6469-800-7.
  • Vollenhove, stad en vermaarde zonen, negen opstellen bij de viering van 650 jaar stadsrecht onder redactie van Jos Mooijweer, IJsselacademie Kampen 2005, ISBN 90-6697-167-3.
  • Ambulance uit klei gevormd, Geschiedenis van de ambulancezorg in de IJsselmeerpolders, Thijs Gras, 2005, ISBN 90 – 70674 – 26 – 2, NUR 693, RAV Hulpverleningsdienst Flevoland
  • Fabrieken op Schokland, katoenweverij van 1838 tot 1857, J. Spitse, Schokkervereniging 2007. ISBN 978-90-812155-1-0, NUR 685
  • Watergemaal A.F.Stroink; een monument in het Land van Vollenhove; dr. T.J. Rinsema. Meppel, Waterschap Reest & Wieden, 2008. 168 blz., ill., lit.opg. 23 X 23 cm. Geen ISBN. 
  • De muntslag door de Utrechtse bisschoppen te Vollenhove, lezing door Tom Passon uit Apeldoorn voor de Numismatische Kring Oost-Nederland op 11 april 2011.
  • Atlas van Nederland in het Holoceen, Beukers ea, uitgeverij Bert Bakker, 2011, isbn 978 90 351 3639 7
  • Tussen Steenwijk en Blokzijl, de wereld van bakker Jonkman; door Jaap Houwer, 2013 - geen isbn.

De Slag bij Heiligerlee luidde in 1568 definitief de opstand tegen de Spaanse overheersers in, ofwel de Tachtigjarige Oorlog. Ondanks de overwinning op de Spaanse troepen was de veldslag geen militair succes, want Lodewijk van Nassau werd korte tijd later verslagen door de Spaanse troepen. Maar de Spaanse nederlaag bij Heiligerlee bleek van groot belang voor het moreel van de vaderlandse troepen.

De historische gegevens over de Slag zijn schaars. Vaststaat dat de fel-katholieke Filips II, die het na het aftreden van Karel V in 1555 in de Spaanse Nederlanden voor het zeggen kreeg, de 'afvallige' protestanten steeds feller ging vervolgen. In 1564 had prins Willem van Oranje zich in een redevoering in de Raad van State principieel uitgesproken voor de vrijheid van geweten en geloof en daarmee tegen de steeds fellere vervolging van 'ketters', waarvan er al velen op de brandstapel waren geëindigd. Twee jaar later was de Beeldenstorm gevolgd; een protestantse actie tegen 'paapse' afgoderij, die echter was ontaard in de plundering en vernieling van kostbare cultuurgoederen. In 1567 dreef Filips de zaak op de spits. Hij stuurde de fanatieke Spaanse hertog van Alva met een leger van 10.000 man naar ons land. Hij stelde de 'Bloedraad' in; de 'Raad der Beroerten', waarvoor niemand veilig was. De graven Egmont en Hoorne waren zijn eerste vooraanstaande slachtoffers: ze werden naar Brussel gelokt om er te onderhandelen over regeringsaangelegenheden, maar na aankomst gearresteerd. Kort na de Slag bij Heiligerlee werden ze onthoofd.

In april 1568 werden in Oost-Friesland vanuit vier richtingen troepen bijeengebracht door Lodewijk en Adolf van Nassau, twee broers van Willem van Oranje. Via Bellingwolde trok het leger Nederland binnen. 
Op 23 april 1568 trok Lodewijk van Nassau via Leer Nederland binnen en bezette een dag later de Wedderborg. De Wedderborg of Het slot te Wedde was in bezit van de katholieke Jean de Ligne, graaf van Aremberg en stadhouder van Friesland, Groningen en Overijssel, die het in 1561 gekocht had van Carel Schenck, zoon van voorganger Georg Schenck (1480-1540). Het huis werd bij afwezigheid van de landvoogd spoedig ingenomen.
Vandaar trok het Staatse Geuzenleger, dat bestond uit 3900 man infanterie en 200 man cavalerie, verder naar de stad Groningen. Lodewijk was het om de stad Groningen te doen, maar dat hield de poorten gesloten.

De Spaanse (of beter: de Spaansgezinde) en de vaderlandse troepen ontmoetten elkaar op de gronden van het vrouwenklooster Mons Sinaï. Dit klooster was gesticht in 1230 door Herderic van Schildwolde te Oosterlee, dat later de naam Heiligerlee kreeg. 
Op 23 mei 1568 gingen graaf Lodewijk en zijn troepen zich daar aan het eind van de dag opmaken voor de nacht. Eerder waren ze vanuit Appingedam gevlucht voor Spaanse troepen. De soldaten van graaf Lodewijk waren moe, hongerig en hadden al tijden geen soldij gekregen. Ze wilden dan ook niet meer vechten. Graaf Lodewijk wist ze echter toch nog een keer in de wapens te krijgen. Enkele kenmerken van het terrein maakte het graaf Lodewijk mogelijk een krijgslist toe te passen. 
In de vlakte bij Heiligerlee bevinden zich drie heuveltjes. Een grote waarop het klooster Mons Sinaï heeft gestaan en twee kleinere, die nu Napels heten. Het terrein tussen de heuvel waarop het klooster stond en de andere heuveltjes was moerassig en zat vol grote kuilen waaruit ooit turf was gewonnen. Langs de rand van de heuvel liep een weg, de huidige Provinciale weg. 
Graaf Lodewijk gaf zijn schutters opdracht zich te verstoppen in de turfkuilen en plaatste een groot deel van zijn troepen verder achter de heuvels. De ruiters onder leiding van graaf Adolf van Nassau lokten de Spanjaarden over de weg. Aremberg, die 3200 man infanterie en 20 ruiters tot zijn beschikking had, trachtte het gevecht te ontlopen totdat er hulptroepen zouden zijn gearriveerd, maar werd desondanks gedwongen de strijd aan te gaan nadat Lodewijk met zijn ruiters een woeste aanval had ingezet. Toen deze over de weg reden trokken de troepen van de graaf zich achter de heuvel terug. 
Het plan werkte en de Spanjaarden achtervolgden de Nederlanders.

De overmoedige Spanjaarden rukten snel op, maar liepen in een hinderlaag van sluipschutters, die zich in greppels en achter houtwallen hadden verscholen. 
Nadat de Spanjaarden in een hinderlaag waren gelokt, sloeg het paard van Graaf Adolf op hol. Adolf kwam terecht tussen de vijandelijke troepen en vond de dood.
Tegelijkertijd voerde Lodewijk een tegenaanval uit, waardoor de Spaanse legermacht in grote verwarring raakte en trachtte te vluchten. In het moerassige gebied rond Heiligerlee bleven de zwaarbewapende Spanjaarden echter in de modder steken. Ze kwamen terecht in het drassige terrein en werden zo gemakkelijk verslagen. Niet in staat om snel weg te komen, waren ze een gemakkelijke prooi voor het Geuzenleger. Ongeveer 1500 Spaanse soldaten en 50 Geuzen verloren hierbij het leven.
Aremberg vond de dood na een val van zijn paard, samen met een groot deel van zijn manschappen.

Volgens sommige bronnen zou het lichaam van Adolf nooit zijn teruggevonden. Er zijn bronnen, die een ander verhaal vertellen. Zo zouden Aremberg en Adolf samen zijn opgebaard in de kloosterkerk van het nonnenklooster Mons Sinaï. Van daaruit zou Adolf zijn begraven in Midwolda, en later overgebracht naar de grote kerk van Emden (Oost- Friesland). Weer een andere bron meldt dat Adolf, na te zijn opgebaard in de kloosterkerk, met militaire eer werd bijgezet in het kasteel te Wedde. En van daar zou hij zijn overgebracht naar een stamslot in Oost-Friesland.

Lodewijk vervolgde zijn weg naar de stad Groningen, dat echter de poorten gesloten hield. De komst van verse Spaanse troepen onder leiding van de hertog van Alva noopte Lodewijk om zich weer uit de voeten te maken; hij verschanste zich in Jengum aan de Eems, maar kon er geen stand houden. Op 21 juli 1568 werd zijn leger vernietigend verslagen; Lodewijk zelf wist ternauwernood te ontkomen. 
Het militaire succes van de slag bij Heiligerlee was dus bijzonder beperkt; het effect van deze eerste overwinning op de Spaanse legermacht op de moraal van de opstandelingen was daarentegen enorm.

Dat Adolf zou zijn bijgezet in de Wedderborg mag twijfelachtig heten, aangezien deze borg het middelpunt bleef van de strijd tussen de Spaanse troepen en Lodewijk. Waarschijnlijker is dat de grote kerk van Emden zijn laatste rustplaats is geweest, omdat de protestanten uit de Nederlanden hier immers hun toevlucht hadden gevonden. Vanuit deze kerk, die de naam "Moederkerk" kreeg, werden predikanten uitgezonden naar de diverse plaatsen in de Nederlanden en in deze kerk werd in 1571 de eerste nationale synode gehouden van de Gereformeerde kerk der Nederlanden.

In het raadhuis van Emden is het harnas van Adolf van Nassau nog te zien. Dit lijkt er op te wijzen dat zijn lichaam in ieder geval is teruggevonden en vervoerd naar Emden. Helaas zijn er geen verdere aanwijzingen waar hij exact ligt begraven. In de Tweede Wereldoorlog werd de grote kerk van Emden zeer ernstig beschadigd. Op een enkel grafmonument en enkele grafstenen na, is van het interieur weinig overgebleven. Binnen de ruïne is eind twintigste eeuw een protestantse bibliotheek gebouwd: de Johannes a Lasco Bibliothek.
Ook akten in het stadsarchief van Emden geven geen enkel uitsluitsel over een mogelijke laatste rustplaats van Graaf Adolf. Zijn laatste rustplaats blijft dus vooralsnog onbekend.

Deze slag was indirect de aanleiding tot de oprichting van een vloot, de watergeuzen. Een uitvoerig verslag vind u hier.