Na het verdwijnen van het garnizoen, dat jaren was gelegerd in het fort 'Oldehuis', het voormalige kasteel van de bisschop van Utrecht - afgebroken rond 1825 - moest de sterke arm in het Land van Vollenhove een ander onderkomen hebben.

Na de Franse bezetting (1810-1813) door Napoleon, die de Gendarmerie in Nederland had ingevoerd, werd op 26 oktober 1814 door Willem I het "Corps de Marechaussee" opgericht met deze Gendarmerie als voorbeeld. Zij hadden als taak de orde te handhaven, de uitvoering der wetten te verzekeren en te waken voor de veiligheid der grenzen en grote wegen. De Marechaussee werd belast met het verrichten van politiediensten voor de krijgsmacht, maar fungeerde daarnaast als orgaan van de Rijkspolitie.

Tijdens de mobilisatieperiode van 1914 - 1918 bestond de taak van de Marechaussee tijdelijk uit politietoezicht over het gemobiliseerde Nederlandse leger. In 1919 werd het Korps Politietroepen opgericht om de binnenlandse rechtsorde te handhaven en de demobilisatie in goede banen te leiden. De gemeentepolitie, het korps Politietroepen, de Rijksveldwacht en de Koninklijke Marechaussee vormden samen het politiebestel. De Rijksveldwacht en de Koninklijke Marechaussee vervulden rijkspolitiediensten, een situatie die tot in 1940 zou voortduren.
Op 5 juli 1940 verloor de Marechaussee het predikaat "Koninklijke", want op last van de Duitse bezetter ging de Marechaussee op in de burgerpolitie, waarmee het tevens de militaire status verloor. De Rijksveldwacht en Gemeenteveldwacht werden opgeheven en ondergebracht bij de Marechaussee, waardoor buiten de steden één Rijkspolitiekorps ontstond onder de naam Marechaussee. Na de bevrijding in 1945 kreeg de Koninklijke Marechaussee weer de status van een militair politiekorps met zowel militaire als civiele taken. Daarnaast handhaafde de regering één politiekorps op het platteland, het zogeheten Korps Rijkspolitie. Dit korps bleef de oude Rijksveldwacht en het korps der gemeenteveldwachters vervangen.

Bijgaande foto toont de marechausseekazerne bij Vollenhove rond 1930, met er naast het (nog bestaande) huis van de commandant.

In de jaren 1950, toen de marechaussee al lang verdwenen was, werd het pand door de vlakbij gelegen Coöperatieve Zuivelfabriek \'de Eendracht\' (1897-1999) in gebruik genomen als kaaspakhuis. De woning er naast werd betrokken door de opzichter er van.

In 1988 is het pand, dat stond op de hoek van de Allee (Weg van Tweenijenhuizen, nu de Weijert) en de Grindweg (Oppen Swolle / Weg van Rollecate) afgebroken.