De Haare is de naam van een havezate in de Bisschopstraat, nummer 27 en 29 (exacte locatie:  52°40'52.14"N  5°57'5.20"O). Het huis bestaat nog. Opmerkelijk is de achterzijde, waar het pannendak veel verder doorloopt dan gewoonlijk, dus lage achtergevel. 
De eerste aanduidingen van dit pand verschijnen rond 1640. Het huis lijkt in het begin van de 17e eeuw gebouwd te zijn op het terrein van havezate Lindenhorst, in de tijd van Boldewijn Sloet van Slotenhagen (1598-1650). De eerst bekende bewoonster was de jonge weduwe Theodora Cachiopin-Sloet (1626-1700), na de dood van haar man uit Wesel teruggekeerd naar Vollenhove. 

De voorgevel dateert in opzet uit 1712. In dat jaar kreeg het pand ook de status van havezate, officieel verlegd van een goed in de buurt van Oldemarkt door kleinzoon Boldewijn Sloet (1660-1721), een recht gekocht van de Heer Van Haersolte tot Hoenlo.

Van 1978-1980 is het gebouw ingrijpend gerestaureerd door de toenmalige eigenaars, al vanaf 1953, het echtpaar Westhuis. Zo werden alle oude, waarschijnlijk originele dakpannen, verwijderd, opgeslagen, schoongemaakt en er weer opgelegd. Aan de binnenzijde is van het oorspronkelijke karakter slechts de oude achtergevel, de balklaag van de eerste verdieping en de sporenkap bewaard gebleven. Momenteel is het pand opgedeeld in twee woningen met verschillende particuliere eigenaren.

Boldewijns zoon Lodewijk Arend (1688-1722) werd vanwege 'de Haare' in 1712 lid van de Ridderschap. Het huis werd verhuurd, in 1721 bijvoorbeeld aan de wed. Maurick.

In 1746 kreeg Roelof Sloet (1717-1790) bij de boedelscheiding van zijn ouders Coenraad Willem baron Sloet tot Lindenhorst (1687-1724) en Anna Judith Baronesse van Echten, en van die van zijn broer Arent Herman baron Sloet tot Hagensdorp en Tweenijenhuizen (1722-?) havezate de Haare, bestaande uit huis, hof en recht van verschrijving, zoals binnen Vollenhove gelegen. Maar de baronesse van Westerholt, tweede echgenote en nu weduwe van Lodewijk Arend, ontvangt levenslang de huur van het huis.
Roelof werd lid van de ridderschap vanwege de Haare, maar woonde in op de Lindenhorst en stierf ongehuwd te 's Gravenhage in 1790.

Lindenhorst HaareDe Volle Stoel vergaderde in 1789 over  de pacht van de tuin van wijlen koster Marcus Vermeulen cq het huis op de hoek van de Schapensteeg, de havezate. Dit huis was door de koster verkocht aan baron Sloet tot de Haare zonder pacht. Meester en voorzanger Jan Laan (1740-1817), schoonzoon van de koster, heeft het uitgezocht. Uit het register van Clarenberg blijkt, dat deze pacht al vanaf 1729 gold. In 1792 stelt Laan voor het bedrag af te kopen, omdat de huurder de tuin wil kopen. Dat is J.J .W. van Coeverden 'tot de Haare'. Besloten werd dat de 7 gulden pacht door secretaris Westenberg van de erfgenamen van Baron Sloet tot de Haare zal worden afgekocht voor een bedrag van 200 car. gld. Arend Christiaan van Coeverden (1723-1797) uit Doornspijk koopt het hele complex in 1792, mogelijk om één van zijn kinderen het lidmaatschap van de Ridderschap te bezorgen - iets dat na 1795 waardeloos is. Het wordt verhuurd, in 1805 aan de weduwe Christina Alberda-Bentinck (1737-1815) van de Menkemaborg in Uithuizen. In 1811 is het weer te koop en nu wordt het gekocht door Reint Willem baron Van Middachten (1755-1840), mogelijk vanwege de status: de Haare was een 'echte' havezate, Van Middachten woonde op Oldhagensdorp dat vanwege de katholieke eigenaren dat recht was ontzegd. Maar ook nu zal het verhuurd zijn, al zou het kunnen dat zijn dochter Sophia (1799-?), die in 1822 in Vollenhove trouwde met een Amsterdamse commissionair, er in gewoond heeft. In 1840 woonde dominee Bernardus Jacobus Dibbetz (1804-1872) op de Haare, predikant van 1838-1872.

Tot de Haare behoort blijkens de kadastergegevens uit 1832 ook een tuin aan de overkant van de Bisschopsstraat, waar in 1876 de nieuwe School A op wordt gebouwd. Nu staat daar het Stadsmuseum en enkele huizen. In 1846 koopt landbouwer Teunis Mooijweer (1789-1864), afkomstig van het ambt, de havezate voor 2000 gulden. Bij de veiling na zijn overlijden koopt de buurvrouw van Lindenhorst, baronesse Jeanette Juliana Sloet van Westerholt (1797-1884), weduwe van Jan Willem Sloet van Oldruitenborgh (1792-1863) de havezate en het tuinmanshuisje. Zij waren de ouders van Gerard Sloet 'van Marxveldt' van o.a. de stroopfabriek. De tuin aan de overkant gaat naar de gemeente. Hun erfgenamen verkopen het weer op een veiling in 1864, waarbij de havezate en de grote tuin (2300 m2!) worden gekocht door de RK kerk en het tuinmanshuisje door Teunis Willemsen en metselaar Hendrik Alberts Dragt. Het belang van de kerk is de tuin, met het oogmerk daar een nieuwe kerk op te bouwen: de kerk is sinds 1799 de H. Geestkapel, en is na de komst van de Schokkers in 1859 veel te klein geworden. In hetzelfde jaar worden de kavels gesplitst en aan zes verschillende partijen verkocht. De havezate gaat naar Jacobus Spit (1853-1906), een visser, in 1881 getrouwd. Na diens dood begint de weduwe, Margrietha ten Katen (1853-1945) in het linkerdeel een snoepwinkeltje, terwijl ze in het rechterdeel woont en daar ook wel pension verleent, o.a. aan onderwijzeressen van de tegenover gelegen school.

Het echtpaar Westhuis-Lassche woonde er van 1953-2012 en restaureerde het pand van 1978-1980In 1945 wordt de havezate gekocht door timmerman Reinier van der Vegt (1885-1975), die het in 1953 weer van de hand doet, hij bouwt een nieuwe woning aan de Doelenstraat. Eigenlijk wil hij slechts één van de twee woningen verkopen, maar daar voelen de aspirant-kopers, het echtpaar Lute (1925-2003) en Harmpje Mies Westhuis-Lassche (1930-2018), niets voor: het is alles of niets. Ze gingen aan de rechterkant wonen, en moesten wachten met de restauratie tot de laatste huurder links vertrokken was. De restauratie duurde ruim twee jaar. Vervolgens werd het huis links een pension, met o.a. buitenlandse gasten - totdat een gast een brandje veroorzaakte. Het huis werd in 1993 verkocht aan de huidige bewoonster, het rechter huis werd in 2012 verlaten en in 2015 verkocht. Het verhaal van het echtpaar (foto rechts), onder de titel 'we wilden vooruit in de wereld', staat in het boekje 'Verhalen van Vollenhovenaren' van het Stadsmuseum.

Het witte tuinmanshuisjTuinmanswoning van de Haaree, in 1885 gekocht door Teunis Jan Willemsen (1851-1913), werd in 1912 verkocht aan postbode Jan Rozeboom (1880-1966). In 1930 werd het eigendom van petroleumventer Johannes Hermanus Pleiter (1899-1975), later was het van zoon Paul en zijn gezin. Het terrein van de havezate was ommuurd, zoals bij de andere havezaten in Vollenhove. Het grootste deel van die muur verdween bij het bouwen van de nieuwe RK kerk in 1954, maar er is een klein stukje over, direct achter het tuinmanshuisje in de Schapensteeg. Ook van de westelijke afscheiding zijn nog delen te zien.